Niet in het boek, wél op Stotteraars.nl

Kort interview: ICT-informatieanalist Martin Schuurman (1955) aan het woord

‘Het stotteren begon ongeveer in de tweede klas van de lagere school, rond mijn zevende. Ik vond het prachtig. Samen met mijn vriendjes deed ik wie van ons het best kon stotteren.

Natuurlijk waarschuwden mijn ouders, maar ik denk dat zij ervan uitgingen dat ik wel over die “kinderachtigheid” heen zou groeien. Kennelijk deed ik dat niet. Hoewel ik er inderdaad overheen gegroeid leek te zijn, vond ik het nog steeds zó leuk dat ik expres bleef stotteren. Het zat waarschijnlijk ook een beetje in mij. Door het zo duidelijk te voeden raakte ik het uiteindelijk niet meer kwijt.

Eindeloos gebed
Ik ben opgegroeid in een katholiek gezin met zeven kinderen. Om de beurt moesten de kinderen voor elke maaltijd bidden. Als ik aan de beurt was, maakte ik altijd een grapje: “Het eten is al koud voordat we eraan kunnen beginnen.” Want het stotteren maakte het bidden voor de maaltijd door mijn toedoen tot een “eindeloos gebed”.

Na de lagere school volgde de technische school. Daar viel het stotteren natuurlijk ook op. Leraren, vooral mijn klassenleraar, merkten dat sommige medeleerlingen zich ten koste van mij vermaakten. Zelf had ik daar echter weinig last van, of ik merkte het niet.

Op een keer, tijdens het voorlezen in de Engelse les – mijn zweethanden hadden net afdrukken gemaakt in mijn boek – kwam de directeur in de klas. Er werd toen stevig gesproken over het pesten. Mij was van tevoren gevraagd even de klas te verlaten. Nooit heeft iemand hierover iets tegen mij gezegd. Maar in de zes jaar dat ik daarna nog op die school zat, ben ik nooit meer gepest.

Een leraar metaaltechniek heeft me nog op het spoor gezet van een logopediste in Utrecht. Dat heb ik zo’n twee jaar gedaan. Het hielp een beetje. Een goede actie van deze leraar.

Bestellen? Klik op dit boek

Met één S!
Tijdens een voorstelronde bij een nieuw bedrijf, ik was toen ongeveer 24 jaar, zat ik in het midden van de groep. De spanning om niet te stotteren steeg totdat ik aan de beurt was. Het werd: “Mijn naam is Martin Sschuurman.” Gevolgd door een, door mij niet te onderdrukken, boze, teleurgestelde en verontwaardigde “Met één S!” Dat was heel hilarisch. Velen hebben deze anekdote later nog verteld. Wellicht heeft deze gebeurtenis mede gezorgd voor de acceptatie in dit bedrijf.

Weer later solliciteerde ik bij een manager die stotterde. Gelukkig was ik voorbereid. Het eerste wat ik zei, was dat ik ook stotterde. Ik had namelijk vreemde verhalen gehoord over vergelijkbare situaties en wat er kon gebeuren als je dat niet vooraf zou zeggen. Het gesprek met de manager verliep vervolgens prima.

Del Ferro-methode
Mijn vriendin ontmoette ik ruim dertig jaar geleden tijdens een jeugdherbergreis. Omdat ik me tijdens de busreis nogal uitsloofde, dacht iedereen dat mijn stotteren een geintje was. En zo stotterde de hele bus al na een dag gezellig mee. Het plezierde mij dat ik hen allemaal zo in de maling nam.

Later kreeg ik last van hyperventilatie, waardoor ik steeds vaker uitgevloerd op bed ging liggen wachten totdat de bui over was. Meestal had ik daarvan dagen later nog steeds last. Van mijn schoonmoeder kreeg ik het boekje Flankademhaling van het Del Ferro-instituut. Meestal ben ik sceptisch over dit soort dingen, maar de Del Ferro-methode hielp echt. Uiteindelijk kreeg ik er “gratis” bij dat mijn stotteren daardoor veel minder erg werd en kon ik het spreken makkelijker beheersen. Zelfs nu nog, meer dan twintig jaar later, werkt het voor mij.

The Tonight Show
Familie in Amerika had ons circa zeventien jaar geleden gevraagd een keer langs te komen. Tijdens het wachten voor The Tonight Show van Jay Leno, waarvan we een opname bezochten, kon je vragen indienen. Toevallig stond ik net alleen. In een kort voorgesprek stotterde ik meer dan anders. “Thank you, you will hear from us” was de reactie na het gesprek. Ik mocht mijn vraag uiteindelijk niet live tijdens de show stellen. Op dat moment werd ik pijnlijk gewezen op mijn “onvolmaaktheid”. Schokkend.

Erom lachen
Hoe ga je om met stotteren? Vaak plaatsen bekenden de gevatte opmerking: “Martin heeft een spraakgebrek, hij kan zijn mond niet houden!” Ik schaam me duidelijk niet voor mijn spraakeigenaardigheid. Met veel plezier houd ik presentaties. De reacties na afloop zijn (bijna) altijd positief en gaan nooit over het stotteren. Een voordeel is dat als ik goed voorbereid ben, de presentatie super gaat en ik (veel) minder stotter.

Ik heb gewerkt met collega’s die stotteren en heb gemerkt dat iedereen daarin zijn eigen weg vindt. Zelf lach ik het meest om mijn eigenaardigheid, ik ervaar dat dat ook voor anderen ontspannend werkt. Als je er zelf om kunt lachen, ben je bovendien minder kwetsbaar.

Doet het mij dan nooit iets? Ja, dat wel. Er zijn situaties waarin mensen je vanwege het stotteren bewust proberen te kwetsen, maar dat zouden ze ook doen wanneer je bijvoorbeeld een merkloze spijkerbroek of aparte haarkleur zou hebben. Maar dat wil niet zeggen dat het nóóit pijn doet. Mijn ervaring tijdens The Tonight Show is daarvan het bewijs.

Of ik een stotteraar ben? Welnee, ik ben gewoon uniek!’

Jouw stotterverhaal op Stotteraars.nl? Klik hier voor meer informatie

Stotteraars.nl: mede mogelijk gemaakt door Demosthenes

Advertenties